De maandag

maandag

De maandag begon bij het Zwarte Pad waar we Finn plus bazin op de parkeerplaats tegenkwamen en alvast door hen werden gewaarschuwd voor een smal strand door hoog water en een dode bruinvis op de grens met Wassenaar. Dat bleek niet het enige kadaver op het strand; er lagen ook nog (resten van) diverse zeevogels plus de gebruikelijke onweerstaanbare aanspoelsels. Zie daar maar eens een maandagochtendploeg die geheel door het dolle is veilig langs te loodsen. Vlak voor de bruinvis ging het naar rechts, de duinenrij in maar ook daar rook het door aanlandige wind nogal naar dode bruinvis (alle neuzen in de lucht) en bleek het ook nog eens wildkampeerhoogseizoen te zijn. En met de roedel lopen we liever niet op wildkampeercampings zonder sanitaire voorzieningen. Dat werd dus tussen alle obstakels door terugslalommen. Al slalommend liepen we nog een stukje op met de club van collega Misja. U begrijpt dat er nauwelijks beelden zijn van de ochtendsessie.

De middagploeg ging met deze voorkennis maar een keer veilig het bos in. Hoewel het lang niet zo warm was als vorige week werd toch vooral de schaduw opgezocht en maakte men zich niet al te druk. Berner Sennen Pomme is herstellende van een nekblessure en was voor haar doen wel heel erg rustig. Ze sjokte met hangende kop een beetje door het bos. Toen ze zelfs haar hoofd niet omhoog deed voor wat lekkers was het duidelijk dat het tijd was om haar naar huis te brengen. En zo zat de middagploeg een kwartiertje eerder dan gepland alweer in de bus.